Over

“Ik wil dat mensen ervaren wat ik zelf ervaren heb.”

Charles Giesberger, oprichter Let’s Creaid

Let’s Creaid is opgericht in 2009 door Charles Giesberger na zijn reis naar India in 2007. Hieronder lees je Charles’ ontroerende reisverslag. Over hoe zijn bijzondere ervaringen hem persoonlijk hebben overtuigt dat het ervaren van ‘goed doen’ een enorme impact kan hebben op individu, organisatie en maatschappij.

Bel Charles over hoe jouw bedrijf kan goed doen: 06 – 52 54 08 07 of stuur hem een berichtje.

Waarom Let’s Creaid? Ik neem je mee naar september 2007

Ik was met de rugzak naar India vertrokken om voor 2 maanden een rondreis te maken door het Noorden met als eindbestemming Leh, in de regio Ladakh. Leh ligt in de Himalaya op ongeveer 3.500m hoogte en is een heerlijk rustpunt in alle hectiek van India. Het was voor mij de eerste keer in Leh en ging er veelvuldig op uit om de oude binnenstad te ontdekken en vast te leggen op beeld. Zwervend door de kleine straatjes hoorde ik op een gegeven moment kinderen spelen op een ommuurd binnenplein. Ik liep die kant op, klom op wat stenen en zag hangend op de schutting een boel kinderen cricket spelen. Je moet wel weten dat in India cricket volkssport nr. 1 is en dat je overal kinderen en ouderen ziet cricketen. In gedachte zag ik al schitterende foto’s voor me, verwisselde m’n lens en begon enthousiast te ‘klikken’.

Door het ‘geklik’ viel mijn aanwezigheid de kinderen op en zoals overal in India vinden kinderen toeristen met een camera razend interessant. Direct kwamen er kinderen mijn kant op gerend en begonnen te poseren. Natuurlijk wilden ze direct het resultaat zien, alleen was het jammer dat ik nog een ‘ouderwetse’ camera had met rolletjes. Maar dat mocht de pret niet drukken, want het leek ze wel leuk als ik mee zou cricketen, dus was het ‘Come in sir, you play’. Een uitnodiging die ik niet kon weerstaan, zeker ook omdat ik in Nederland zelf gecricket had.

Nadat de kinderen over de eerste verbazing (dat een buitenlandse toerist kan cricketen) heen waren, hebben we ruim een uur gespeeld en lol gemaakt. Wat dan direct opvalt is hoe spontaan die kinderen zijn en dat taal geen barrière vormt. Zij spraken alleen Ladakhi en ik, op een paar woorden Hindi na, alleen Engels. En gelukkig zijn de cricket sporttermen universeel. Kortom een hoop lol, lachen, ongedwongen keten en veel foto’s.

En het was pas op dat moment, het moment dat ik door de poort naar buiten liep, dat ik zag dat het geen school was zoals ik dacht maar een weeshuis. Maar goed, ik wilde de oude straatjes van Leh verkennen en ging weer verder op pad. Terwijl ik door de oud Leh slenterde, moest ik steeds aan de kinderen denken en de lol die we hadden gehad ondanks dat ze in een weeshuis woonden. Ik weet niet meer wat en hoe het kwam, maar op een gegeven moment draaide ik me om en ben teruggelopen naar het weeshuis. En op weg daarnaar toe, heb ik chips gekocht voor de kinderen, gewoon als klein lichtpuntje in hun bestaan. Op dat moment kon ik het effect ervan nog niet bevroeden.

Je kunt je ongetwijfeld het beeld voorstellen van wat er gebeurt als je voor Westerse kinderen in de leeftijd van 4 tot 14 een zak chips openmaakt. Nou, niet daar. Zodra ik de poort doorliep en de jongens mij zagen met de zakken chips, vormden ze direct een rij van 60 jongens. En keurig kwamen ze een voor een naar voren om wat chips te pakken. Niet meteen een hele hand vol, maar ieder nam één of twee chipjes. En dan de dankbaarheid en blijdschap in hun ogen! Zoiets had ik nog nooit gezien, zo puur en oprecht.

’s Avonds bleef ik maar terugdenken aan die middag; de vrolijkheid en lol van die kinderen ondanks de omstandigheden en ook de vreugde die ik eruit had gehaald. Dat was voor mij het moment dat ik besloot om de volgende dag terug te gaan. Wat, naar later bleek, een ongelooflijke impact op mijn leven heeft gehad. De volgende ochtend liep ik terug naar het weeshuis, de poort weer door en stapte een stille wereld binnen, de kinderen waren naar school en er waren slechts twee of drie mensen aanwezig.

Een van die mensen was Tsering Paldan, de baas van het weeshuis en tot mijn geluk sprak hij goed Engels. Hij nodigde mij uit voor een kop thee en begon vragen te stellen over waar ik vandaan kwam, etc. Daarna vertelde hij mij over het weeshuis “Bal Ashram’. Ze hadden plek voor maximaal 60 jongens in de leeftijd 4 tot 14 jaar en zaten op dat moment vol. Hij legde uit dat niet alle jongens wezen waren in de ware betekenis van het woord. Een aantal jongens waren in het weeshuis ‘geplaatst’ door hun ouders. Die woonden in een haast onbereikbaar gebied zonder voorzieningen en door ze in het weeshuis onder te brengen, kregen ze de kans op een opleiding. Verder vertelde hij me dat het weeshuis gefinancierd werd door de staat maar dat de ‘financieringsmoraal’ soms wat twijfelachtig was. Wat ook te zien was in de staat van onderhoud van de gebouwen. Hierdoor moesten hij en z’n medewerkers creatief met de omstandigheden omgaan om voor eten te zorgen maar ook voor dingen die voor ons volstrekt normaal zijn, zoals tandpasta, zeep en kleding. Tijdens dit gesprek besloot ik dat ik het weeshuis wilde helpen. En dat is het vonkje geweest!

Alleen hoe? Ik had geen geld, alleen beperkt de tijd omdat ik nog ongeveer 2 tot 3 weken in Leh zou blijven. Dus ik vertelde hem dat ik wilde helpen, dat ik geen geld had maar wel tijd en een vriendennetwerk. Waarmee kun je dan helpen? Al naargelang we over het idee spraken en wat te doen, vertelde Tsering mij dat het in de winter wel min 20 tot min 30 graden kan worden en dat door de extreme winters de kinderen vaak in het weeshuis bleven omdat ze geen goede kleding hadden om door de kou naar school te lopen, een wandeling van ongeveer een half uurtje naar de andere kant van Leh. Zou het niet mooi zijn om voor ieder kind een jas te kopen zodat zij gewoon naar school konden in de winter? Hij vertelde mij dat een winterjas op de markt ongeveer 10 euro kost, dus dat we ca 600 euro nodig hadden. Snel waren we het erover eens dat dit geweldig zou zijn en ik beloofde hem dat ik het zou proberen te regelen.

En zo is de actie Een Jas Voor Een Kind ontstaan, waarvan ik zei dat ik m’n best zou doen om m’n vrienden zo gek te krijgen zodat we 60 jassen konden kopen. Na dat gesprek ben ik direct naar een internetcafé gegaan en heb een e-mail geschreven met als onderwerp “Een Jas Voor Een Kind’. In de mail vertelde ik het verhaal dat ik in Leh was en de kinderen van een weeshuis wilde helpen zodat zij in de winter naar school konden gaan met de vraag of zij een jas willen doneren. Vanuit mezelf had ik als besloten dat ik 10 jassen zou aanschaffen en vroeg aan iedereen om mij te helpen de resterende 500 euro bij elkaar te krijgen. Ik had er geen idee van hoe mensen hierop zouden reageren en het gave was, nog geen 5 minuten nadat ik het mailtje had verstuurd, kreeg ik al de eerste positieve reacties binnen. Dat gaf echt een super gevoel. Dan blijkt toch maar weer, als je niets verwacht, krijg je het meest.

Na die dag had ik al een trekking gepland en ben ik de volgende een week op pad gegaan. Na terugkomst in Leh en direct door naar het internetcafé, niet eerst douchen of zo. Zo nieuwsgierig was ik om te zien of het gelukt was om 60 winterjassen te kunnen kopen. Wat ik daar zag, overtrof m’n stoutste verwachting, zoveel ongelooflijk veel lieve en hartverwarmende reacties, zo vreselijk mooi en oprecht. En ook nog van zo veel mensen die ik niet kende omdat mensen spontaan het mailtje hadden gedeeld in hun netwerk.

De reacties waren zo gaaf om te lezen en zo mooi waarbij heel veel mensen meer deden dan ik vroeg; “niks 1 jas, ik koop een elftal”, “ik maak 25 euro over voor 2 jassen en doe er maar een paar warme sokken bij”, “mijn straatje Staatsloten maak ik aan jou over, dan weet ik zeker dat er 12 kinderen winnen”. Ik heb regelmatig met tranen in m’n ogen achter de computer daar gezeten. Een lang verhaal kort maken, uiteindelijk heb ik ruim 2400 euro binnengekregen, echt waanzinnig.

De volgende dag in alle vroegte naar het weeshuis om het goede nieuws te vertellen. Tsering kon z’n oren niet kon geloven. Dus werden er snel extra lijsten gemaakt met wat we nog meer konden doen voor de jongens. Samen met de medewerkers besloten we voor de kinderen jassen, truien, schoenen en sportspullen te kopen en daarnaast voor ieder kind een ‘basisset hygiëne’ met tandpasta, tandenborstel en zeep. Met de lijst in de hand zijn we de markt afgegaan en andere lokale ondernemers om alle spullen aan te schaffen. Tsering voerde de onderhandelingen, vertaalde en ik betaalde. Na het kopen van al die spullen was er nog een beetje geld over. Daarmee besloten we om een feest voor de jongens te geven voor mijn laatste avond in Leh. En het leuke was dat zij geen idee hadden van wat er hun stond te wachten. Zij dachten gewoon aan een afscheid van die ‘rare’ toerist die regelmatig kwam cricketten.

Voor de feestavond waren extra lekkere, lokale hapjes geregeld met frisdrank. Al gauw ging de muziek aan en werd er door 60 jongens, een paar medewerkers en een toerist gedanst. Na een tijdje nam Tsering het woord en vertelde aan de jongens dat ik niet alleen met ze had gecricket maar dat ik ook nog iets extra’s voor ze had; dat ik geld had ingezameld om voor hun een nieuwe jas te kunnen kopen. Maar niet alleen een jas, ook een trui, schoenen etc. De ogen van de kinderen werden groter en groter van verbazing, ongeloof en blijdschap. Het moment was daar dat ik alle spullen mocht uitdelen en, net als bij de chips uitdelen, kwamen ze een voor een naar me toe. Nou ze zeggen dat Sinterklaas niet bestaat maar daar heb ik me echt, dankzij iedereen z’n hulp, Sinterklaas gevoeld. Nog nooit heb ik zulke grote ogen gezien, gevuld met dankbaarheid en blijheid, zo’n intense vreugde, liefde en blijdschap meegemaakt, dit zal ik echt nooit meer van m’n leven vergeten.

En zoals Willy Alberti het ooit zong; een glimlach van een kind is inderdaad het mooiste wat er is.


Kijk voor het volledige verhaal op www.eenjasvooreenkind.nl

Professionele achtergrond

In het begin van mijn werkzame leven heb ik 10 jaar gewerkt voor verschillende (inter)nationale reclamebureaus. In 1999 besloot ik om als interimmer verder te gaan en heb sindsdien het geluk gehad dat ik heel veel verschillende bedrijven van binnen heb mogen aanschouwen; van internationale corporaties tot start-ups, van retail tot semi-overheid waarbij mijn rol langzamerhand veranderde van puur communicatieadviseur naar een rol op het snijvlak van strategie, interne communicatie en engagement. Vaak om interne projecten te activeren en medewerkers in beweging te krijgen. Hierdoor heb ik objectief kunnen ervaren wat er gebeurt als mensen enthousiast en betrokken zijn; dan schiet je (zoals ik het zeg) qua sfeer, cultuur en uiteindelijk prestaties door het dak heen, als mens, bedrijf en uiteindelijk maatschappij. Want gelukkig maken, zorgt voor gelukkige mensen. En dat is voor mij de kracht van goed doen!

Als vrijwilliger

Na mijn eerste ervaring in 2007 heb ik verschillende andere kleinschalige hulpprojecten met evenveel succes opgezet in India. Sinds 2012 werk ik als vrijwilliger samen met AIESEC; ‘s werelds grootste studentenorganisatie. Voor hen heb ik het programma ‘Create the Plus’ ontwikkeld. D.m.v. workshops inspireer ik de studenten om tijdens hun buitenlandse vrijwilligersstage net dat extra stapje te zetten door een kleinschalig hulpproject op te zetten en laat ze ervaren dat dit veel eenvoudiger is dan je in eerste instantie zou denken. Een aantal projecten kun je hier lezen.

‘Create the Plus’ sluit aan bij de missie van AIESEC en hun commitment aan de Sustainable Development Goals en inmiddels is het programma opgemerkt door meerdere AIESEC-landen en het programma draait o.a. in België, China, Vietnam en de VS.

Klaar om de handen uit de mouwen te steken voor een ander? En wil je weten hoe Let’s Creaid hier invulling aan kan geven? Neem contact met ons op en we ontwikkelen jouw unieke vrijwilligersprogramma. Bel ons op (0)6 525 40 807 of stuur een berichtje.