3 succesfactoren voor een bedrijfsvrijwilligersprogamma

3 succesfactoren voor een bedrijfsvrijwilligersprogamma

3 succesfactoren voor een goed bedrijfsvrijwilligersprogamma

(en als die niet werken een 4e)

“Als je faalt om te plannen, ben je van plan om te falen” … toch?

Tijdens mijn vorige baan als marketing & communicatie adviseur was ik gewend (of werd mij geleerd) dat het juiste plan altijd het juiste resultaat zou opleveren. Volg gewoon de stappen, blijf op koers en na de laatste stap de zoete geur van de overwinning. Alleen wat ik geleerd heb in de praktijk is dat niet alle plannen zo werken, we kunnen scenario-denken tot we een ons wegen maar vaak gebeurt iets dat we niet verwacht hadden. En helemaal als we in ons plan ook nog iets van mensen verwachten; ze zeggen vaak A, maar als ze geen inspraak hebben, zullen ze er weinig tot niets mee hebben, voelen ze zich niet aangesproken en uiteindelijk doen ze waarschijnlijk B. Nu kun je denken dat is eenvoudig op te lossen door de mensen erbij te betrekken, laat ze inspraak hebben en hupsakee weer verder met je plan op naar de volgende stap, op naar de overwinning.

Maar zelfs dan; je hebt het meest briljante plan bedacht en iedereen heeft z’n zegje gedaan, ja zelfs dan lukt het toch niet. Waarom? Door schade en schande wijs geworden weet ik inmiddels dat er 3 succesfactoren zijn voor je bedrijfsvrijwilligersplan (en als die niet werken, een 4e)

1. Het NIH syndroom

Je kan nog zo’n goed plan hebben, zo’n briljante strategie of zo’n prachtig vrijwilligersprogramma en toch slaat het niet aan. Oorzaak: het ‘Not Invented Here’-syndroom, een syndroom dat de meest goede en mooie vrijwilligersprogramma’s kan doen sneuvelen. Want als medewerkers voelen dat het programma niet van hen is, maar “iets” van de top of van het bedrijf, verwacht dan niet dat ze enthousiast zullen meedoen.

Senior Management speelt hierin een belangrijke rol, een ondersteunende rol en niet een bepalende rol. En dat vergt moed van het management dat vaak gewend is te bepalen. Het is juist dit bepalen dat niet werkt bij een bedrijfsvrijwilligersprogramma; geef richtlijnen en schep randvoorwaarden en laat je medewerkers daarbinnen bepalen. (extra inzicht: toon als management je oprechte interesse en deelname. Niet omdat het moet want daar prikken mensen snel doorheen.)

2. Communicatie

Gemiddeld krijgen wij als mens zo’n 3.000 recalmeprikkels per dag te verwerken, 3.000!!! Dit zegt alles over het belang van goede communicatie over het programma. Volgens een recente studie van het Project Management Institute is ineffectieve communicatie in 1/3e de gevallen de oorzaak van het mislukken van het programma en had het zelfs in bijna de helft van de gevallen een negatieve invloed op het succes.

Bij bedrijfsvrijwilligersprogramma’s en community programs verwachten we een actieve deelname van de mensen. En dat gaat niet zo maar. Zeker als je er net mee begint want veel mensen hebben een beetje koudwatervrees. Een goed concept en een overzicht met “wat zeggen we tegen wie op welk moment en hoe?” gaat je erbij helpen om de mensen in beweging te krijgen. Trek hiervoor het hele scala van middelen open; van posters tot banners, van email tot kick-off event. (extra inzicht: vergeet niet de successen te delen!)

3. Middelen

Het management doet mee, geeft het goede voorbeeld, alle communicatie mogelijkheden en middelen worden ingezet en toch wil het niet. Herkenbaar? Dit zie je bij veel nieuwe initiatieven, of het nu om een bedrijfsvrijwilligersprogramma gaat of over een ander nieuw initiatief. In het begin staat iedereen te juichen en is enthousiast maar langzamerhand gaan we weer over tot de orde van de dag waardoor de aandacht verslapt en de interesse afneemt. Het is dan een gebrek aan middelen waardoor het enthousiasme afneemt. De Cone Communications Global CSR Study 2013 vermeldt:

Bedrijven bekijken hoe ze hun middelen zo optimaal mogelijk kunnen inzetten voor bedrijfsvrijwilligerswerk en wel zodanig dat die voor zowel de maatschappij en het bedrijf een maximale impact hebben. Oftewel men wil weten wat het rendement is. En dat is logisch. Gelukkig is tegenwoordig de waarde van bedrijfsvrijwilligersprogramma’s goed tastbaar te maken op het niveau van medewerkers, bedrijf en maatschappij. Dus zorg dat er voldoende middelen zijn. (extra inzicht: Een goede en duidelijke business case helpt hierbij!)

En als dit niet werkt ……..

Zonder twijfel is een strategie die aansluit bij je kernwaarde en -competentie en die tegelijkertijd de medewerkers laat (mee)bepalen essentieel. Evenals de juiste communicatie en voldoende middelen. Maar toch, maar toch ……. wil het niet.

4. Bedrijfscultuur

Het introduceren van een nieuwe strategie impliceert verandering. En verandering is moeilijk. Wij (westerse) mensen willen geen en houden niet van verandering. En dat is waarom Peter Drucker zei “culture eats strategy for breakfast”.

Het is vooral een nieuwe strategie op het vlak van “goed doen” dat een merkwaardig soort verandering impliceert. Van oudsher gaan we er namelijk vanuit dat bedrijven niet zijn opgericht om “goed te doen” maar om geld te verdienen voor hun aandeelhouders. Anno nu is er een transformatie aan de gang waarin meer en meer mensen eisen dat bedrijven de drijvende kracht moeten zijn achter “goed doen” voor de maatschappij. En gelukkig wordt de maatschappelijke betrokkenheid iedere dag beter. En daarom verdient de bedrijfscultuur aandacht om de verandering blijvend te laten zijn niet de laatste marketing trend. Cultuur begint bij het hart van het individu. Het is de diepste behoefte van mensen om iets goeds te doen voor een ander. Gebruik dit gegeven om te bouwen aan een bedrijfscultuur die vrijwilligerswerk omarmt en niet neerzet als iets voor “softies”.

Want samen vormen de gemeenschap, het bedrijf en de werknemer de elementen van een compleet driedimensionaal model. Door je te focussen op de unieke combinatie van strategie en bedrijfscultuur (waarbij de een nooit voor de ander onderdoet) leveren bedrijfsvrijwilligersprogramma’s resultaten op waarvan je nu nog alleen maar kunt dromen.

DD18admin